Het diagnostisch proces

Centraal in het diagnostisch proces staat het op effectieve en efficiënte wijze verwerven en verwerken van data (observaties, uitslagen onderzoek etc.). Dit gehele proces vindt doorgaans plaats in de vorm van een soort patroonherkenning, waarbij op basis van verkregen informatie langzaam maar zeker een steeds explicieter beeld op te bouwen van wat er aan de hand is en wat dat impliceert.

Hoe doe ik dat?

Met uitzondering van acute noodsituaties, volgt u de volgende procedures:

1. het genereren van een differentiële diagnose; er vindt een eerste schifting plaats van mogelijke oorzaken, op grond waarvan vervolgens een meer verfijnd zoekproces begint. Een veelgebruikte vorm hiervoor is de klachtgerichte anamnese.

2. het aanbrengen van een hiërarchie in de differentiële diagnose; als sprake is van een relatief groot aantal mogelijke verklaringen, is het handig om op basis van waarschijnlijkheid een rangorde aan te brengen om het verfijnde zoekproces mee te ordenen. Twee criteria spelen hierbij een hoofdrol: waarschijnlijkheid en implicaties.

3. het stellen van DE diagnose; op basis van anamnese, lichamelijk onderzoek en eventueel aanvullend onderzoek wordt vastgesteld wat de verklaring is voor de klachten.