Misverstanden

Misvatting 1 over creativiteit luidt: ‘U bent creatief of u bent het niet’. Nee dus! Creativiteit is een
vaardigheid die je wel degelijk kunt leren. Zoals bij alle vaardigheden is de ene persoon van nature
meer begaafd dan de andere, maar altijd geldt dat u uw basisniveau kunt verbeteren door er actief
mee bezig te zijn.

Misvatting 2 ‘Creativiteit is schilderen op zijde, iets zweverigs voor softies’. Absoluut niet. Crea tiviteit
is één van de belangrijkste aspecten geworden voor de ontwikkeling van individuen en
organisaties, juist door de voortsnellende innovatie. Creativiteit en resultaatgericht werken gaan
hand in hand – daar is niets softs aan.

Misvatting 3 ‘Mijn baas of omgeving belet me om creatief te zijn’. Alweer fout. U bepaalt zelf hoe
je je creatief potentieel zult gebruiken en ontwikkelen. Byttebier schrijft hierover: ‘Natuurlijk is de
ene omgeving meer stimulerend dan de andere. Maar de slachtofferrol heeft nog niet veel mensen
vooruit geholpen. Als je baas niet mee wil, heb je twee opties: ofwel help je je baas te veranderen,
ofwel verander jij van baas.’

Misvatting 4 ‘Creativiteit, daar heb ik geen tijd voor!’ Natuurlijk wel. Want creatieve ideeën be denken
vraagt niet eens zo veel tijd, maar wél aandacht. Bovendien is het soms nodig om even
afstand te nemen. Maar als u getraind bent, vallen de beste ingevingen u te binnen op momenten
dat je ze het minst verwacht.

De vijfde en laatste misvatting ‘Brainstormen en zo, dat doen we al.’ Ook dat slaat de plank helemaal
mis. Brainstormen is niet bij elkaar zitten en zomaar wat roepen. Een elementaire regel is
bijvoorbeeld het ‘uitstel van oordeel’. En die regel wordt maar al te vaak met voeten getreden. U
kent ze wel, de argumenten die elk idee doodslaan: ‘Dat is niets voor onze klanten’. ‘Ja, maar...’.
‘De markt is nog niet rijp’. ‘Dat werkt misschien ergens anders, maar niet hier’. En nog zo’n
mooie: ‘Laten we realistisch blijven’. En dikwijls komen er veel ideeën op tafel, maar vervolgens
weet niemand er raad mee. Met als resultaat dat zowel de probleemeigenaar als de deelnemers
na de sessie gefrustreerd achterblijven en de term ‘brainstormen’ een negatieve bijklank krijgt.

Igor Byttebier zelf omschrijft