Instrumenteren: oog voor context en detail

Na de aandacht voor de uitgangspunten, de rol van de facilitator, het proces, de groepsdynamiek
en een aantal praktische methoden besteden we tot slot nog aandacht aan enkele instrumentele
aspecten. De locatie bijvoorbeeld en de materialen. Want het is goed om oog te hebben voor
context en detail. Zij kunnen wel degelijk bijdragen aan het succes van de bijeenkomst.

In haar boek ‘Workshops’ waarschuwt Highmore Sims: “Of het nu een directiekamer is met een
tafel die niet verplaatst kan worden, een collegezaal of een verbouwd pakhuis, de locatie – vooral
als je die niet zelf kunt kiezen – kan gevolgen hebben voor het ontwerp van je sessie. Daarom is de
plaats van je sessie een van de eerste dingen die je moet regelen.” Vervolgens somt ze een aantal
aspecten op waaraan de ideale ruimte volgens haar moet voldoen. Daglicht, voldoende oppervlak,
de mogelijkheid om tafels te verplaatsen en dicht bij de open lucht, een openbare ruimte zoals een
hotellobby of groepswerkruimtes.

OPSTELLING

Van belang is ook de opstelling. Zitten de deelnemers in een kring, in een hoefijzervorm, verspreid
door de ruimte of allemaal rond een grote tafel? Elk van deze opstellingen heeft voor- en
nadelen voor specifieke werkvormen. Het is in ieder geval zaak dat u daar als facilitator gevoel
voor heeft en streeft naar de juiste opstelling voor de door u gekozen werkvorm. Het licht, de leesbaarheid
van presentaties en de hulpmiddelen – het speelt allemaal een rol. Bedenk dat de techniek
fraaie mogelijkheden biedt, maar soms gevoelig is voor storingen.

Voordat u een mooie set materialen bestelt of maakt, is het de moeite waard er eerst over na te
denken hoe de materialen naderhand gebruikt kunnen worden. Misschien is het te benutten
voor afstandsonderwijs? Kan het wellicht dienen als basis voor een interne of externe publicatie,
conferentie of tentoonstelling? Of kan een oefening omgezet worden in een leerspel?

Zorg in ieder geval voor materialen die goed ogen, prettig zijn om naar te kijken en interessant zijn
om te lezen of over te praten. En misschien is het een uitdaging om verder te gaan dan rationele,
op de linker hersenhelft gerichte hand-outs. Denk bijvoorbeeld aan kaartspellen, speelgoed,
plakkaatverf, kleurkrijt en knutselmaterialen. Bedenk echter dat minder meer is. Zorg dat de deelnemers
in ieder geval niet met stapels paperassen naar huis gaan, want de kans is groot dat deze
nooit gelezen worden.